“Het kind uit de dessa” - Soldaat G. Cafť

Verhalen
Wim van Beek zwaar gestraft  Soeng Sang 18 april 1948
A-  A+

GabriŽl Cafť

De nacht was moeizaam voorbij gekropen, een rode gloed boven het oerwoud kondigde de rijzende zon al aan. Er lag een deken van mist boven de verstilde rivier. De steiger glinsterde van de dauw. Soeng-Sang sliep nog. Toch had vaandrig van Daalen al een motorprauw geregeld. Een kleine groep jongens, waaronder ook Joop Basjes gingen aan boord. De mist werd al wat minder dik en men stak van wal, richting overkant, richting opkomende zon. De zoekactie naar onze vier jongens was gestart en wij vroegen ons af waar ze zouden zijn. Vooral onder de achterblijvers was de spanning te snijden! Na een uurtje zoeken werd de patrouille in een zijkali gevonden. Wat een opluchting, maar wat zagen zij er uit! Door de muskietenbeten leken zij veel op grote krentenbroden. Uitgehongerd en doodmoe zaten zij in de roeiprauw klaar om de terugtocht te aanvaarden. De prauw werd op sleeptouw genomen en iedereen was opgelucht toen zij allen weer veilig thuis waren.

Wim moest onmiddellijk bij een getergde vaandrig Van Daalen op rapport komen. "Waarom was jij niet voor het donker terug?" vroeg Van Daalen met ingehouden woede . "Vaandrig, wij werden door van uit zee komend hoog water verrast en onze roeier kon de vloedstroom niet overwinnen. De prauw werd door de watermassa teruggezet en ik besloot om bij een eenzaam huisje op palen aan te leggen en daar te overnachten" legde Wim geduldig uit.

 

"Het is fraai korporaal, jij gaat voor straf veertien dagen naar het lichtschip!" snauwde Van Daalen. Wim kreeg geen kans meer om uit te leggen hoe zij het huisje waren binnengedrongen, er was toch niemand aanwezig dacht men. En hoe Jan Kleins geweer afging bij het beklimmen van het gammele laddertje. Jan's geweer stond nog op scherp maar gelukkig raakte er niemand gewond. In het hutje stond een 'tempat' waar een klamboe overheen hing .

Door de miljoenen muskieten, die na zonsondergang mens en dier aanvielen, was ademhalen nauwelijks mogelijk. Zij vlogen bij tientallen je neus en je mond binnen en het enige waar de jongens aan konden denken, was hoe je zo snel mogelijk met je hoofd onder de klamboe kon geraken. Zittend op de bamboevloer en met de hoofden in de klamboe werd de nacht doorgebracht... De volgende ochtend in het flauwe daglicht bleek, dat in het bed een doodsbang oud vrouwtje lag. Het arme mensje had zich de gehele nacht doodstil gehouden. Na wat onhandige excuses stommelden de heren het trapje af en voeren weg. Even later werden zij door de reddingsploeg gevonden.

Na de 14 dagen straf op het lichtschip moest Wim weer bij van Daalen op rapport komen. Hoe dat nu voelde zo'n verbanning naar het lichtschip, wilde de vaandrig weten. "Geweldig vaandrig het was fantastisch!" zei Wim enthousiast. Dit was het verkeerde antwoord, Wim kreeg nog meer straf. Een week lang voor straf mee op de Higginsboot, een week lang patrouillevaren rond eiland Banka ! Waar ik stil van droomde kreeg Wim als straf .