“Het kind uit de dessa” - Soldaat G. Cafť

Verhalen
Lieve Rusjka 2  Toeboehan 20 april 1949
A-  A+

GabriŽl Cafť

Terwijl Rusjka, als een moegestoeide poes, spinnend in m'n armen ligt en glimlachend in slaap is gevallen, staar ik maar wat naar het kunstige van bamboe gevlochten plafond. Ik zou nu heel gelukkig moeten zijn maar toch voel ik lichte onrust in mij opkomen. Stilaan verbreekt de betovering en ik word een tikkeltje bezorgd. Stel je voor dat haar man na twee jaar haar toevallig juist deze nacht zou willen bezoeken. Stel je voor dat hij plots aan het voeteneind zou staan - met een Tommygun in zijn handen - en ik lig in zijn bedje slechts gekleed in m'n indentiteitsplaatje. Wat moet ik dan tegen hem zeggen? Dat het mooi weer was vandaag? Of dat ik op de bus staat te wachten? Wat schichtig kleed ik mij snel aan en neem innig afscheid van m'n lieve minnares.

Fluisterend wens ik haar al het geluk van de wereld en terwijl ik naar buiten loop mompel ik nog wat van "tabé, slamat tidoer, sayonara en auf wiedersehen".

 

Het doet mij pijn maar ik moet voor dat de zon opkomt in m'n eigen bed liggen. Het is vijf uur in de ochtend en het gevaarlijkste deel van m'n liefdesnacht gaat nu pas komen, ik moet de wacht verschalken. Van tien uur 's avonds tot zes uur in de morgen is er vanwege de oorlogssituatie een avondklok ingesteld. Niemand mag zich op de weg bevinden en de jongens zijn toch al lichtelijk nerveus, zij schieten zelfs op vuurvliegen. Als je uren lang in de donkere nacht staat te turen ga je hallucineren. Soms lijkt een vuurvlieg dan op een vent die met een sigaret in de mond op je af komt. In deze actietijd wordt er voornamelijk eerst geschoten en pas daarna wordt er een praatje gemaakt. Ik hoop dat de wachtcommandant mij niet heeft gemist en dat men niet weer een zoekactie heeft georganiseerd. Gelukkig ken ik hier de weg en via sluipwegen bereik ik veilig mijn veldbed.

Na een hazeslaapje van anderhalf uur zit ik alweer in m'n 3/4 tonner, in m'n eentje, barstend van de slaap, rijdend richting Sugihwaras. De luiken bij Rusjka zijn nog gesloten. Ik maak mij zorgen om haar en ik besef dat dit het afscheid is en dat ik haar nooit meer terug zal zien. Dit vooruitzicht stemt mij zeer triest. Alleen de geur van de liefde die mij nog omringt is de laatste herinnering aan Rusjka.