“Het kind uit de dessa” - Soldaat G. Cafť

Verhalen
Streng arrest  Sugihwaras 2 augustus 1948
A-  A+

GabriŽl Cafť

Met knikkende knieën liep ik samen met Gerrit naar het kantoor van kapitein Davidson. Vandaag moesten wij op rapport komen. Wij hadden nog wat tegoed vanwege het besnijdenisfeestje. Davidson was gelukkig niet meer zo woedend als twee dagen geleden, maar zijn donkere blik voorspelde weinig goeds. Wij kregen dan ook weer de gebruikelijke donderspeech over ons uitgestort en de kapitein veroordeelde Gerrit tot zeven dagen strengarrest en vroeg of meneer Gerrit nog iets te zeggen had.

 

"Ja kapitein, dit is belachelijk, zeven dagen streng voor een feestje van niks" zei Gerrit verontwaardigd en op hoge toon. "Goed, Groenewoud, jij krijgt dus tien dagen streng arrest en nu ingerukt mars!" Simpele rechtspraak nietwaar?" Soldaat Café jij bent je streep weer kwijt en ik veroordeel jou tot zeven dagen strengarrest, nog enig commentaar kerel?" zei Davidson. Aan zijn bewegende kaakspieren en zijn heftig kloppende halsslagaderen zag ik dat de kapitein zich langzaam zat op te winden. "Nee kapitein, geen commentaar" zei ik wat angstig, bang voor ook drie dagen extra.

"Ingerukt en melden bij de wachtcommandant, die zal jullie insluiten" zei Davidson kortaf.
Gerrit kreeg een plaatsje in een oude goedang van twee bij drie meter en ik moest genoegen nemen met een berghok van ruim een bij ruim twee meter. Ongelofelijk, de deur draaide naar binnen open en na het sluiten ervan kon ik pas m'n veldbed horizontaal zetten. Een raam van dertig bij dertig centimeter zonder glas grensde aan de primitieve keuken van onze kok, de beroemde v.d.Linde. Vier gigantische wadjans op doorgezaagde olievaten met een stookgat en kaakjesblikken verbouwd tot gamellen, een deprimerend uitzicht.

 

 

3-8-1948
Ik werd wakker en ik vond mij zelf terug in een onmenselijk kleine cel ter grootte van een bedstee. Ik stikte bijna, m'n cel stond vol rook. V.d.Linde's koelie's hadden voor de ochtendthee een houtvuur gemaakt onder de wadjans en de rook stroomde m'n cel binnen. "Van der Linde, ellendeling, wat doe je nu!" riep ik "Maak dat rot vuur uit of laat mij uit de cel!" Het vuur bleef aan en ik bleef in de cel. Hoestend en scheldend deed ik m'n deken dubbel voor m'n neus en m'n mond, zo kon ik het nog net verdragen. "Van der Linde, ik maak je af als ik vrij kom!" V.d.Linde haalde smalend zijn schouders op. "Ik sta elke dag in de rook voor jullie en je moet niet zeuren en je bent nog lang niet vrij".

 

5-8-1948
Davidson heeft onze cellen gecontroleerd en al onze lectuur in beslag genomen. Onze kameraden stoppen ons - als het donker is - stiekem wat bier en sigaretten toe. V.d.Linde is de kwaadste niet en soms laat hij een van zijn djongos ons iets lekkers bezorgen. Ik vroeg mij af wat er in zo'n Sumatraanse jongen omgaat als hij een gevangen genomen orang belanda eten moet bezorgen. Zijn poker-face was ondoorgrondelijk.

 

8-8-1948
Nog een nacht en ik ben weer een vrij man. Ik neem mij voor om nooit meer iets te doen waardoor ik in een cel kan belanden ( zeker niet als het uit kan komen). Zeven dagen strengarrest, Davidson had misschien wel gelijk, wat had hij anders moeten doen? Maar hij heeft mij wel een prachtige claustrofobie bezorgd. En ik wil m'n streep terug, vijfentwintig cent per dag minder te verbrassen, dat is pas straf.