“Het kind uit de dessa” - Soldaat G. Cafť

Verhalen
Vlag  Marta Pura 6 januari 1950
A-  A+

GabriŽl Cafť

Het is alweer lang geleden, het was op donderdag 30 september 1948. Op die dag was ik aangewezen als patrouillecommandant. Met enkele kameraden van het eerste peloton uit Toeboehan kwam ik die dag in een uitgestorven doesoen terecht. Dicht bij een kleine kampong met de romantische naam Raksa Djiwa. De hutten waren verlaten en bij het doorzoeken er van vond ik in een van de primitieve keukens een Hollandse vlag van ongeveer 50 x 70 centimeter. Onze vlag was gebruikt als vaatdoek. Woedend om dit misbruik nam ik de vlag mee en liet hem thuis, in Toeboehan, door de baboe wassen en strijken. Sindsdien hangt de vlag boven m'n tempat.

Ons volkslied, eigenlijk een Duits folkloristisch liedje, en onze vlag, zij doen mij weinig. Ik heb misschien te vaak misbruik er van gezien en het doet mij ook pijnlijk herinneren aan incompetent onbenul in den Haag. Maar kom in het buitenland niet aan mijn volkslied en mijn rood wit en blauw want dan breekt de pleuris uit. Ik ben dan gek genoeg om er voor te vechten. Wat een malloot ben je dan eigenlijk.

 

Na de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 is Marta Pura ten zuiden van de spoorbaan bezet door de TNI. Elke dag tijdens het water laden bij de spoorbrug, word ik begluurd door onze voormalige vijand. De stemming is vijandig en soms word ik uitgescholden. Ik erger mij mateloos aan dat arrogante zootje ongeregeld. Ik heb nog een Hollandse vlag, schiet mij opeens te binnen. De bovenkant van de vlag bond ik aan m'n zijspiegel en aan de onderkant ging het touw door een scharnieroog van het rechterportier. Het portier had ik ooit verwijderd. (Ik weet niet meer waarom, misschien om in geval van nood m'n bolide snel te kunnen verlaten?)

Trots reed ik daarna met wapperende vlag door de hoofdstraat, tot de spoorbomen, en daarna links af naar het strand bij de spoorbrug. M'n vlag lokte protest uit, met gebalde vuisten stonden de peloppors naar mij te schreeuwen, onverstaanbaar. De volgende dag werd het link ik werd door de TNI bekogeld met stenen en stukken hout en een van m'n koelies werd licht gewond. Mijn directe baas, MTOO korporaal Wim Stoutjesdijk, een roodharige kwekerszoon uit het Westland, raadde mij met klem af om nog langer te provoceren. En hij had gelijk. Na het verwijderen van m'n vlag bleef het gewoon weer bij schelden.