“Het kind uit de dessa” - Soldaat G. Cafť

Verhalen
Soldij  6 september 1948
A-  A+

GabriŽl Cafť

'In naam der Koningin' ben ik naar Indië gezonden. Op 4 september 1948 echter, tekende Wilhelmina de acte van abdicatie. Zij trad af en ik was m'n bazin kwijt, nu mag ik misschien wel naar huis dacht ik even. Twee dagen later reeds besteeg Juliana de troon, een hele geruststelling, ik heb nu een ander baasje. M'n traktement, m'n soldij, een gulden en vijftig cent per dag, is helaas wèl hetzelfde gebleven. Hoewel dit al heel wat meer was dan vorig jaar in Amersfoort. Toen verdiende ik een gulden en tien cent per dag en dit bedrag werd om de tien dagen uitbetaald. Op de avond van de betaaldag had ik de vaste gewoonte, met de elf gulden in m'n zak, naar de cantine te gaan.

Terwijl ik achteloos de cantine deur openschopte en onverschillig kijkend naar binnen liep, verstomde het geroezemoes, iedereen week opzij en het pad naar de bar lag open. Met een voet achteloos op de barsteun, sprak ik dan met m'n zware doorrookte stem tot de angstig kijkende cantinebaas "Een koffie met een gevulde koek en neem zelf ook wat". Doodstil werd het dan even in de cantine, iedereen hield zijn adem in, men verbleekte bij zoveel spilzucht. Vanuit m'n ooghoeken zag ik blikken van bewondering als ik in één teug de slappe lauwe koffie achterover sloeg.

Na dit sterke staaltje hervatte het normale leven zich weer enigszins. Voorzichtig, nog wat beduusd, hervatte men daarna weer het sjoelen en het klaverjassen. Helaas kroop ik die zelfde avond, zoals gewoonlijk, berooid en met hoofdpijn in m'n strozak en moest ik weer tien eindeloze dagen wachten op m'n volgende aalmoes.

 

Nee, dan mijn bet-achter-overgrootvader Gabriël Alexis Caffé, die deed het veel beter. Gabriël (22.12.1731 - 17.10.1789) was geboren in Noyon, 75 kilometer ten noorden van Parijs, in de provincie Picardië. Hij kwam voort uit een geslacht van wijnbouwers. Wegens klimaatveranderingen was de wijnbouw in de loop der jaren echter tot ver bezuiden Parijs teruggedrongen. Gabriël werd toen, net als ik, schrijnwerker. De economie was helaas slecht en daarom trad hij als soldaat in dienst bij zijn vader Cristofe Caffé. Cristofe was de hoofdwachter van de Moulin Daneu in Noyon. De economie bleef slecht en in 1758 hield Gabriël het voor gezien en hij emigreerde naar Nederland. In Steenbergen vestigde hij zich als meubelmaker en op 15 juni 1760 trouwde hij met Anna Elisabeth de Nantule, een ouderloze jongedochter geboren in den Haag. Op 30 april 1761 werd zijn dochter Nicolaa geboren. De slechte economische en politieke toestand in de Nederlanden deed hem besluiten weer militair te worden. Op 27 mei 1762 werd hij ingelijfd bij het Staatse leger van stadhouder prins Willem V van Oranje in Breda.

Hij tekende voor de tijd van zes jaar en zes maanden en zijn compagniescommandant werd kapitein De Lely. Zijn traktement was 28 stuyvers per dag en hij kon daarmee zijn gezin goed onderhouden.
Al met al, terug kijkend op de afgelopen 186 jaar, moet ik tot m'n spijt vaststellen dat de financiële kloof tussen de familie Café en de familie Oranje Nassau eigenlijk alleen maar groter is geworden.

Onze familienaam in Frankrijk was Caffé. In Nederlandse burgerlijke, militaire en kerkelijke archieven werd onze naam van 1760 tot 1810 verhaspeld van Cavé tot Kavé en van Kafé tot Caffeé. Nadien werd het Café.