“Het kind uit de dessa” - Soldaat G. Cafť

Verhalen
Sterk gekruid  Palembang 23 april 1950
A-  A+

GabriŽl Cafť

Ons bataljon is druk bezig met de verhuizing naar Palembang. Alle legeronderdelen op Zuid Sumatra worden nu teruggetrokken op deze havenstad. Wij hebben de binnenlanden verlaten, er is daar geen Hollander meer te bekennen. Het wachten is nu op het troepenschip Kota Inten dat ons naar Java zal brengen, eindelijk begint dan toch de reis naar huis.

Toch moet ik nog één keer een lange autorit maken, tweehonderd kilometer diep het binnenland in, naar Lahat, een klein bergstadje. In Lahat staat nog een rijdende werkplaats van de LTD (leger technische dienst) Deze werkplaats wordt vandaag overgedragen aan de T.N.I., onze voormalige vijand. De meeste jongens van de LTD zijn al naar huis, toch zijn er nog wat nieuwelingen uit Holland aangekomen om wat lopende zaken af te regelen, onder hen ook een 20 jarige 2e luitenant. Deze jongeman moet de overdracht van de mobiele werkplaats regelen en ik ben aan hem toegevoegd als zijn privéchauffeur.

Het regent vaak, de natte moesson is nog niet over en voor ons vertrek monteer ik nog even snel de cabrioletkap van m'n Dodge Powerwagon. Bij het LTD kantoor staat de luitenant al ongeduldig te wachten. Mijn hemel wat is deze HBS- knul nog jong! Een blozend gezicht en nog geen spoor van baardgroei. Zo vers uit Holland en nog geen enkele tropenervaring. Met mijn 22 jaar en m'n tropenjaren voel ik mij al een oude man, maar toch is deze puber mijn baas. Nors zwijgend, zonder te groeten of zich voor te stellen gaat de luitenant naast mij zitten en zo vertrekken wij uit Palembang.

Na twee uur rijden passeren wij Prabamulih en nog twee uur later zijn wij in Muara Enim. De wegen worden slechter en het weer nòg slechter. De luitenant zwijgt nog steeds en ik voel mij ongemakkelijk. Wat is de reden van zijn zwijgen? Vindt hij een soldaat 1e klas geen partij voor conversatie? Is hij arrogant of is hij bang? Hij gedraagt zich als een verwend kind en hij kan zijn ogen nauwelijks open houden. Hij rolt letterlijk om van de slaap en helaas steeds naar de verkeerde kant. De Powerwagon heeft geen portieren en voor je het weet lig je op de weg. Telkens als de luitenant omvalt pak ik hem bij zijn schouder en zet hem weer recht. Het wordt mij niet in dank afgenomen, woedend kijkt hij mij dan aan en valt daarna toch weer in slaap. Wat moet ik nu? Iedere keer als ik deze snotneus red van de ondergang wordt hij kwaad op mij, maar als ik hem laat stuiteren word ik misschien voor de krijgsraad gedaagd!

 

Wij naderen de bergen, nog een half uurtje, dan arriveren wij in Lahat. Terwijl ik een helling afrij zie ik in het dal een enorme plas water. De weg verdwijnt in de plas en vijftig meter verder ontstijgt de weg weer het water. Ik schat de diepte op 25 centimeter en met 70 kilometer per uur duikt de Powerwagon in de plas, een metershoge muur van water spuit voor de wagen omhoog. Door de klap staan wij bijna stil en even lijkt de wagen op een roeiboot . Ik schakel de vierwielaandrijving in en in de laagste versnelling probeer ik zo rap mogelijk de overkant te bereiken.

De wagen zakt nog dieper weg dan ik had berekend, het water spoelt al over de treeplank en uiteindelijk worden ook onze voeten nat. Mijn grootste angst is dat het water de accu bereikt want dan ben ik verloren, dan haal ik nooit meer op tijd de boot naar Holland. Luitenant Babyface is door het enorme watergeweld nat en wakker geworden. Dom kijkt hij mij aan en zegt nog steeds geen woord. Hij lacht niet maar hij is ook niet boos, hij begrijpt het gewoon niet, hij heeft nooit eerder een natte moesson meegemaakt.

Even later rijden wij Lahat binnen en alom zie ik verbaasde Sumatranen. "Waar komen deze gekke Hollanders nu opeens vandaan?". Je ziet ze dat denken. Wij naderen de TNI kazerne en ik zie de mobiele werkplaats al staan. Een enorme Bedfordtruck waarop een complete werkplaats is gemonteerd, een werkplaats met o.a. een draaibank, boor-en slijpmachines en een stroomaggregaat. De jonge luitenant gaat naar het TNI kantoor en geeft mij verlof naar de passar te gaan. “Chauffeur” zei hij, hij wist mijn naam niet, “ Ga jij op de passar maar koffie drinken”. Zowaar, de luit is niet stom, hij kan praten!