“Het kind uit de dessa” - Soldaat G. Cafť

Verhalen
De olieraffinaderij  Soengei Gerong 22 juni 1948
A-  A+

GabriŽl Cafť

Nachtpatrouille, vannacht was het weer raak, patrouillelopen op Amerikaans grondgebied. De olieraffinaderij van de Stanvac heeft onze voortdurende aandacht. Ons peloton moet aanslagen voorkomen en de bewakingsdienst van de Amerikanen wakker houden. Het inlandse personeel van deze Stanvac beveiliging is kennelijk oververmoeid. Vaak treffen wij deze hardwerkende lieden dan ook slapende aan. Een paar flinke trappen tegen het wachthuisje doen wonderen. Verward en met knipperende ogen staren de 'bewakers' ons aan als kwamen wij van Mars. Zwijgend en weinig opgewekt lopen wij door. Onze tocht gaat langs opslagtanks en borrelende kraakinstallatie's. Langs een wirwar van pijpleidingen. Hier en daar ontsnapt stoom sissend uit lekkende afsluiters. Dit alles helverlicht als een stadion, maar dan tien maal zo groot. Hollandse jongens, uitgerust met ouderwetse Lee-Enfields bewaken de Amerikaanse oliebelangen. Die zelfde Amerikanen leveren moderne automatische wapens en explosieven aan Soekarno. Deze fascist probeert op zijn beurt, met deze wapens, de Hollandse jongens uit te roeien. Hoe leg ik dit nu uit aan m'n moeder?

Door de felle 'stadionverlichting', waan je je in daglicht. De schijnwerpers gaan pas uit als de zon opkomt. Wij leven in een voortdurend daglicht en onze biologische tijdklok is aan revisie toe. Voeg hierbij het lawaai en de stank van de raffinaderij, ons matige voedsel, het onregelmatige patrouillelopen. en een onmatige en onlesbare dorst. Een nauwelijks te financieren dorst. Het leven lacht ons niet echt toe.

 

 

Gelukkig zijn er berichten dat wij gaan verhuizen. Over een paar weken wordt ons bataljon overgeplaatst. Ons hoofdkwartier komt in Batoeradja, een plaatsje aan de voet van het Semendoplateau. Dit ruige en bergachtige gebied ligt 200 kilometer diep in het binnenland. Ver van beschaving en discriminatie, ver ook van gekoelde drankjes.