“Het kind uit de dessa” - Soldaat G. Cafť

Verhalen
Op vrijersvoeten  Batoeradja 16 december 1948
A-  A+

GabriŽl Cafť

Henk en Hans hebben sinds kort een beetje verkering. Verkering met twee schattige meisjes uit Batoeradja. Eigenlijk mag dit niet, het is Hollandse jongens nu eenmaal verboden een relatie met een inlands meisje te hebben. Hollandse officieren kunnen zich wat meer permitteren. Sommige van hen hebben hun eigen vrouw uit Holland meegenomen, voor anderen daarentegen zijn andere oplossingen mogelijk, zij lenen bijvoorbeeld een blanke vrouw. De meerderheid van de officieren delen echter het zelfde lot als hun jongens; het celibaat, de onthouding. Van de gewone Hollandse soldaten in Indië, de beste en de gezondste militairen die ons landje kon opbrengen, werd verwacht dat zij geen last van een erectie zouden hebben. Helaas, de praktijk leerde anders, men stond er mee op en men ging ermee naar bed. Toch had het merendeel van onze jongens een ongekende zelfbeheersing.

Vooral diegenen die wisten dat hun verloofde of hun vrouw in Holland op hen wachtte. Deze categorie jongens badmintonden en tafeltennisten zich voor de sublimatie der driften dan ook te pletter en vulden hun avonden met het schrijven van brieven, liefdesbrieven vol met idealen en fantasieën over hoe alles zou worden na hun repatriëring. Maar er waren ook jongens die niemand verantwoording schuldig waren en die zich zo vrij als een vogel voelden. Zij durfden wel de roep der natuur te volgen. Tot deze laatste groep behoorden Henk en Hans.

De jongens hadden een afspraakje met hun vriendinnen Sioeh en Minah gemaakt. De meisjes hadden het huisje dat zij samen bewoonden daarna gezellig gemaakt. 's-Middags hadden zij nog gauw wat lekkere hapjes voorbereid, mierzoete koekjes en pisanggoreng en voor de hartige hap was er sateh gambing. De jongens brachten steviger kost mee; een fles Port, een fles afkomstig uit Schiedam en een paar literflessen bier van het merk 'Bintang'.

Maar de belangrijkste inbreng kwam van Henk, hij had ooit uit Holland een koffergrammofoon meegenomen! Een koffergrammofoon met in het deksel bergruimte voor vijf stuks 78 toerenplaten. In deze kostbare collectie grammofoonplaten bevonden zich 'Trees heeft een Canadees' en 'Als op het Leidse plein de lichtjes weer eens branden gaan' en als tophit had Henk 'Hortsik hortsik, ouwe trouwe merrie' bij zijn verzameling gevoegd.

Met vlinders in de buik en met hooggespannen verwachtingen betraden de beide brengers van onze cultuur het nederige doch gezellige bamboehutje van de meisjes. Na de verplichte koetjes en kalfjes zette Henk de toon met het draaien van Lou Bandy's 'Louise zit niet op je nagels te bijten'.
De stemming zat er snel in en na enkele versnaperingen en enkele dansjes vonden Henk en Hans het eigenlijk wel wat warm in de kamer. De stemming steeg tot grote hoogte en de jongens ontdeden zich van hun uniform en nodigden de meisjes uit om zich vanwege de warmte ook wat luchtiger te kleden. Na een uurtje feesten was de stemming zeer uitbundig en hadden de jongens nog slechts hun polshorloge aan. De meisjes hadden geen polshorloge.

 

 

Als grapje hadden de meisjes wel de koppels en de enkelstukken van de jongens omgedaan hetgeen zeer koddig was, de koppels pasten namelijk niet, zij waren te wijd voor hun slanke taille. Een overijverige wachtcommandant, ik zal de naam van de sergeant niet noemen, hoorde het opgetogen lawaai en argwanend ging hij op zoek naar de bron van de feestvreugde. Toen hij de locatie had gevonden en door een kier in de bamboe voorgevel het tomeloze plezier van zijn jongens kon begluren week hij ontzet terug. Dit was te gek, dit was ongepast en ontoelaatbaar. Hevig ontdaan meldde hij zijn ontdekking bij zijn kapitein, de officier van piket. Samen gingen zij terug naar de plaats van de misdaad en ook de kapitein zag met eigen ogen de naakte feiten van de hobby die Henk en Hans zich permitteerde.

"Zullen wij de deur intrappen kapitein?" vroeg de sergeant begerig. "Laat maar sergeant, ik reken morgen wel met ze af" zei de kapitein sussend "zorg ervoor dat de beide heren morgenochtend bij mij op rapport komen". Hij vond nu ingrijpen een te zwaar middel en een tikkeltje gênant voor de jongens. Het feest ging gewoon verder en Henk en Hans waanden zich onbespied. Hoe de fuif is geëindigd weet ik niet, hoewel ik mij daarbij wel iets kan voorstellen.

De volgende morgen stonden de twee Casanova's met gebogen hoofd en een enorme kater voor het bureau van hun Compagniescommandant, de officier van piket van de vorige avond. Daar stonden zij dan, de mannen die enkele uren geleden nog met veel bravoure de meisjes imponeerden, niet zonder succes overigens! Nu echter bedeesd en angstig wachtend op de onvermijdelijke straf. Na een donderpreek waarin hij zijn afschuw uitsprak over hetgeen hij de vorige avond had geconstateerd velde de Compagniescommandant het vonnis. "Mijne heren, daar jullie beslist op de hoogte moet zijn van het feit, dat het na 6 uur 's-avonds verplicht is een lange broek te dragen en de shirtmouwen omlaag te doen, veroordeel ik jullie - wegens overtreding van de malariadiscipline - tot vijf dagen licht arrest.

De kapitein sprak met geen woord over het erotische feestje. Hij was zelf ook ooit jong geweest.